Posts tonen met het label Kerst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kerst. Alle posts tonen

25 dec 2011

Kerstgroet


Jesaja 9:5 en 6: "Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij rust op zijn schouders. Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst. Groot is zijn heerschappij, aan de vrede zal geen einde komen. Davids troon en rijk zijn erop gebouwd, ze staan vast, in recht en gerechtigheid, van nu tot in eeuwigheid. Daarvoor zal hij zich beijveren, de HEER van de hemelse machten." 

Prettige Kerstdagen en een Gezegend Nieuwjaar!

18 dec 2011

Vierde Adventzondag - Over Beloftes en Verwachting


Volgens de kerkelijke kalender, die veel kerken volgen wereldwijd, zijn dit de teksten die dit jaar tijdens het advent gelezen worden:

“Toen de koning zijn intrek had genomen in het paleis en de HEER hem rust had gegeven door hem van al zijn vijanden te verlossen, zei de koning tegen de profeet Natan: ‘Kijk nu toch! Ik woon in een paleis van cederhout, terwijl de ark van God in een tent staat.’ ‘Doe wat uw hart u ingeeft,’ antwoordde Natan, ‘de HEER staat u immers terzijde.’  Maar diezelfde nacht richtte de HEER zich tot Natan:  ‘Zeg tegen mijn dienaar, tegen David: “Dit zegt de HEER: Wil jij voor mij een huis bouwen om in te wonen?  Ik heb toch nooit in een huis gewoond, vanaf de dag dat ik de Israëlieten uit Egypte heb geleid tot nu toe! Al die tijd trok ik rond in tent en tabernakel.  Overal heb ik met de Israëlieten rondgetrokken, en heb ik ooit aan een van de herders van Israël, die ik had aangesteld om mijn volk te weiden, gevraagd om voor mij een huis van cederhout te bouwen?”  Welnu, zeg tegen mijn dienaar, tegen David: “Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ik heb je achter de kudde vandaan gehaald om mijn volk Israël te leiden.  Ik heb je bijgestaan in alles wat je ondernam, ik heb al je vijanden voor je uitgeschakeld en ik heb je naam gevestigd als een van de groten der aarde.  Ik heb aan mijn volk Israël een gebied toegewezen. Daar heb ik het geplant en daar kan het nu onbevreesd wonen. Het wordt niet langer door misdadige volken onderdrukt, zoals toen het er pas woonde  en ik rechters over mijn volk Israël had aangesteld. Jou heb ik rust gegeven door je van je vijanden te verlossen. De HEER zegt je dat hij voor jou een huis zal bouwen.” (2 Samuel 7:1-11)

“Jou stel ik in het vooruitzicht dat je koningshuis eeuwig zal voortbestaan en je troon nooit zal wankelen.” (2 Samuel 7:16)

“In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria. Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’  Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had.  Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken.  Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen.  Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God.  Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap,  want voor God is niets onmogelijk.’ Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Daarna liet de engel haar weer alleen.” (Lucas 1:26-38)

“Maria zei: ‘Mijn ziel prijst en looft de Heer, mijn hart juicht om God, mijn redder: hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares. Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen, ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan,  heilig is zijn naam. Barmhartig is hij, van geslacht op geslacht, voor al wie hem vereert.  Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm
en drijft uiteen wie zich verheven wanen, heersers stoot hij van hun troon en wie gering is geeft hij aanzien. Wie honger heeft overlaadt hij met gaven,  maar rijken stuurt hij weg met lege handen.  Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar, zoals hij aan onze voorouders heeft beloofd:  hij herinnert zich zijn barmhartigheid  jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.’” (Lucas 1:46-55)

“Een kunstig lied van de Ezrachiet Etan. Van uw liefde, HEER, wil ik eeuwig zingen, van uw trouw getuigen, geslacht na geslacht. Ik belijd: uw liefde houdt eeuwig stand, uw trouw hebt u in de hemel gevestigd. ‘Ik heb met mijn uitverkorene een verbond gesloten, aan mijn dienaar David gezworen: Uw dynastie zal ik voor eeuwig vestigen, uw troon in stand houden, geslacht na geslacht.’”(Psalm 89:1-4)
“Aan de HEER danken wij ons schild, aan de Heilige van Israël onze koning. Ooit hebt u in een visioen gesproken tot uw getrouwen en gezegd: ‘Ik heb hulp geboden aan een held, een jongen uit het volk verheven. In David vond ik een dienaar, ik zalfde hem met heilige olie. Mijn hand geeft hem steun,  mijn arm maakt hem sterk, geen vijand zal hem overvleugelen,  geen boosdoener hem bedwingen,  zijn belagers zal ik voor zijn ogen verslaan,  zijn haters vermorzelen. Mijn trouw en mijn liefde vergezellen hem, door mijn naam zal hij in aanzien stijgen.   Zijn linkerhand leg ik op de zee, zijn rechterhand op de rivier.” (Psalm 89:19-26)

“Aan hem die bij machte is u kracht te geven, overeenkomstig het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig, overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is, maar dat nu is geopenbaard en op bevel van de eeuwige God door de geschriften van de profeten bij alle volken bekend is geworden om ze tot gehoorzaamheid en geloof te brengen – aan hem, de enige, alwijze God, komt de eer toe, door Jezus Christus, tot in eeuwigheid. Amen” (Romeinen 16:25-27)

We zijn bij de laatste advent zondag aangekomen, de vierde zondag, van de tijd van afwachten, en, in dubbele zin zelfs, verwachting. Maar waar wachten we nu eigenlijk op? “De onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is,” zoals de tekst in Romeinen het zegt. Het is erg jammer dat Kerstmis steeds meer een “Kermis”  wordt, met Kerstmannen, rendieren en cadeautjes. Het is een Coca Cola dag, een dag voor consumptie…  We zien het wonder niet meer in de zwangerschap van Maria (velen vragen zich zelfs af of het wel echt maagdelijk was…), we verbazen ons niet meer dat er geen ruimte voor hen was in de herberg, of de geboorte van de Baby in een stal, liggend in de kribbe. Daar kennen we het verhaal te goed voor. We hebben liever een boom, versieringen, een mooi cadeau…

Niets tegen hoor, daar niet van. Er is niets fouts in de boom of cadeautjes (ja, ik heb de verhalen ook al tientallen keren gehoord over de zogenaamde heidense oorsprong ervan, maar ik heb hier de ruimte niet om daar allemaal op in te gaan, ik heb er zelfs in elk geval niets tegen.)  Maar we mogen nooit vergeten dat dit niet centraal staat bij kerstmis. We hebben het de laatste weken over Johannes de Doper gehad, al probeerde hijzelf zoveel mogelijk uit beeld te blijven. Ja, want Johannes begreep wie er centraal moest staan. Johannes herinnert ons er steeds weer aan. Nee, ik niet, niet mijn doop, maar Hij, en Zijn doop! Johannes spreekt telkens van Diegene waarvan hij de sandalen nog niet los zou mogen knopen (Jo. 1:26-27), en van Zijn doop.  

En dat is het geheim dat we tijdens de Advent afwachten. Het komen van Hem, van wie een grote profeet als Johannes de Doper niet waardig is de sandalen te ontknopen. En gedurende deze vierde zondag lezen we over  hoe Zijn moeder wonderlijk zwanger raakt. De Zoon des mensen, de Zoon van David (Rm. 1:3), de Zoon van God.

Het is interessant te lezen dat dit al aan het begin van Maria`s verhaal met de engel gezegd wordt, dat Hij de Beloofde Zoon van David is. De David waar een paar van de andere verzen die we gelezen hebben ook over gaan. David, de grote koning van Israel, hij die zelfs een man volgens Gods hart genoemd wordt. Maar wat zeggen deze verzen? God herinnert David aan de waarheid:  “Ik heb je achter de kudde vandaan gehaald om mijn volk Israël te leiden. Ik heb je bijgestaan in alles wat je ondernam, ik heb al je vijanden voor je uitgeschakeld en ik heb je naam gevestigd als een van de groten der aarde.” Ja, David was een grote koning, maar een koning die niets gedaan zou hebben zonder de macht van God. Hij is een mens, en al zijn succes heeft maar één Reden, maar één Oorzaak: God. David was een zondig mens. Hij heeft bijvoorbeeld Psalm 51 geschreven, die in het latijn de miserere genoemd wordt, en waar David toegeeft dat hij een zondaar is, en altijd al is geweest.  

Maar ook hebben we van Gods belofte aan die zelfde David gelezen: “Jou stel ik in het vooruitzicht dat je koningshuis eeuwig zal voortbestaan en je troon nooit zal wankelen.” De Heer belooft dat de troon en het koninkrijk voor eeuwig zullen bestaan. Waarom? Omdat David nou zo goed en heilig is? Nee! Alleen door Gods genade.  

Al neemt Hij het idee van David, om een tempel te bouwen, niet aan, toch belooft God aan David een eeuwig koningshuis. De vervulling van dit Woord van God, met basis op de belofte van God aan de aartsvaders, wordt waar in Jezus Christus, de grootste Nakomeling van David. Al kort na David begint men deze belofte als messiaans te zien (Is. 9:7; Jr. 33;14-26; Mi. 5:1-5). En zelfs al is Israel en het huis van David ontrouw aan de Heer, toch faalt het Woord van de Heer niet. Dat wordt herdacht in Psalm 89, als de psalmschrijver zegt: “Ik heb met mijn uitverkorene een verbond gesloten, aan mijn dienaar David gezworen: Uw dynastie zal ik voor eeuwig vestigen, uw troon in stand houden, geslacht na geslacht.”

En kijk nu naar hoe de engel Maria benadert: “Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.” En even later hetzelfde idee: “Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken”.Door genade (en dus niet om iets  in Maria zelf, zoals de katholieken zeggen) wordt Maria uitgekozen om moeder te zijn van Jezus. Ze is begenadigd, ze ontvangt een gunst van God, Hij heeft haar uitverkoren in Zijn plan.
God heeft steeds meer van Zichzelf laten zien tijdens het Oude Testament. Dat is heel duidelijk in de verbonden van God met zijn volk. Tot het op dit punt uitkomt op het moment dat God zelf op aarde komt, de Koning is aangekomen, op een ongelofelijke, verassende manier.  

Niet voor niets begint Maria, als ze begrijpt om Wie het hier gaat, spontaan een loflied te zingen, wat later bekent zou worden als het Magnificat, wat het eerste woord van het lied in het Latijn is. Het gezang lijkt erg op het lied van Hanna, in 1 Samuel 2:1-10. Aan het eind van het lied komt ze uit op het feit dat de geboorte van deze Zoon de vervulling van het verbond van God met Abraham is. Paulus herhaalt dit later in zijn brief aan de Galaten: “Nu werden aan Abraham de beloften gedaan en aan zijn zaad. Hij zegt niet: en aan zijn zaden, in het meervoud, maar in het enkelvoud: en aan uw zaad, dat wil zeggen: aan Christus.”  

Laten we het ware centrum van het Woord van God herinneren: Christus, waar we de geboorte van volgende week zondag zullen overdenken. Tot dan wachten we af!

12 dec 2011

Derde Advent Zondag - De Identiteit van Jezus, Johannes en die van ons


We zijn al bij de derde advent zondag, en voor deze zondag stonden er enkele interessante teksten op de kalender:

 “De Geest des Heren HEREN is op mij, omdat de HERE mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis;

om uit te roepen een jaar van het welbehagen des HEREN en een dag der wrake van onze God; om alle treurenden te troosten,

om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest. En men zal hen noemen: Terebinten der gerechtigheid, een planting des HEREN, tot zijn verheerlijking.

Zij zullen de overoude puinhopen herbouwen, het verwoeste uit vroeger tijd doen herrijzen en de steden vernieuwen, die in puin liggen, die verwoest hebben gelegen van geslacht op geslacht.” (Jesaja 61:1-4)

“Want Ik, de HERE, heb het recht lief. Ik haat onrechtmatige roof, Ik zal hun stipt hun loon geven en een eeuwig verbond met hen sluiten.

En hun nageslacht zal onder de volken vermaard zijn en hun nakomelingschap te midden der natiën; allen die hen zien, zullen erkennen, dat zij het nageslacht zijn, dat de HERE gezegend heeft.

Ik verblijd mij zeer in de HERE, mijn ziel juicht in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, met de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omhuld, gelijk een bruidegom, die zich als een priester het hoofdsieraad ombindt, en gelijk een bruid, die zich met haar versierselen tooit.

Want zoals de aarde haar gewas voortbrengt en een hof zijn zaaisel doet uitspruiten, zo zal de Here HERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor het oog van alle volken.” (Jesaja 61:8-11)  

Toen de HERE de gevangenen van Sion deed wederkeren,
waren wij als degenen die dromen.
Toen werd onze mond vervuld met lachen,
onze tong met gejuich.
Toen zeide men onder de heidenen:
De HERE heeft grote dingen bij hen gedaan!
De HERE heeft grote dingen bij ons gedaan,
wij waren verheugd.
HERE, wend ons lot
als beken in het Zuiderland.
Wie met tranen zaaien,
zullen met gejuich maaien.
Hij gaat al wenende voort,
die de zaadbuidel draagt;
voorzeker zal hij komen met gejuich,
dragende zijn schoven. (Psalm 126)  

“Verblijdt u te allen tijde, bidt zonder ophouden, dankt onder alles, want dat is de wil Gods in Christus Jezus ten opzichte van u. Dooft de Geest niet uit, veracht de profetieën niet, maar toetst alles en behoudt het goede. Onthoudt u van alle soort van kwaad. En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn. Die u roept, is getrouw; Hij zal het ook doen.”  (1 Tessalonicenzen 5:16-24)

“Er trad een mens op, van God gezonden, wiens naam was Johannes; deze kwam als getuige om van het licht te getuigen, opdat allen door hem geloven zouden. Hij was het licht niet, maar was om te getuigen van het licht.” (Johannes 1:6-8)

“En dit was het getuigenis van Johannes, toen de Joden uit Jeruzalem priesters en Levieten tot hem zonden om hem te vragen: Wie zijt gij? En hij beleed en ontkende het niet; en hij beleed: Ik ben de Christus niet. En zij vroegen hem: Wat dan? Zijt gij Elia? En hij zeide: Ik ben het niet. Zijt gij de profeet? En hij antwoordde: Neen. Zij zeiden dan tot hem: Wie zijt gij? Wij moeten toch antwoord geven aan hen, die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelf? Hij zeide: Ik ben de stem van een die roept in de woestijn: Maakt recht de weg des Heren, gelijk de profeet Jesaja gesproken heeft. En er waren sommigen afgezonden uit de Farizeeën. En zij vroegen hem en zeiden tot hem: Waarom doopt gij dan, indien gij de Christus niet zijt, noch Elia, noch de profeet? Johannes antwoordde hun en zeide: Ik doop met water; midden onder u staat Hij, van wie gij niet weet, Hij, die na mij komt, wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken. Dit geschiedde te Betanië over de Jordaan, waar Johannes doopte.” (Johannes 1:19-28)

Johannes en Jezus, dankzij hun boodschap die zich schokte met de traditionele religie van de Israëlieten, moesten beiden de vraag horen van de religieuze autoriteiten en ook van het volk: “Wie bent u?” (Johannes 1:19), “Wie is deze man?” (Mat. 21.10).

Het is interessant hoe de introductie van het evangelie van Mattheus over de identiteit van deze twee mannen gaat. Al gaat het vooral over de vleeswording van het Woord, spreekt de tekst al gauw over Johannes de Doper en zijn missie: Johannes is “van God gezonden” en is gekomen “als getuige om te getuigen van het licht.” (Joh. 1:6-8).

Aangetrokken door zijn boodschap, kwamen er vele mensen naar Johannes luisteren, uit Judea, maar ook uit Jeruzalem en zelfs uit andere landen. De religieuze leiders in Jeruzalem hoorden hiervan en waren bezorgd, want de gelovigen gingen nu allemaal achter Johannes aan, wat niet goed was voor de reputatie en voorrechten van deze mannen, Dus stuurden ze mannen om polshoogte te nemen, om Johannes uit te vragen. Later zouden ze hetzelfde met  Heer Jezus doen. (Mc. 7.1).
      
Als antwoord aan degene die hem uit vraagde, weigert Johannes zichzelf een messiaans karakter te geven, maar identificeert zich als degene die Hem voor zou gaan, als Jesaja gezegt had (Js. 40.3). Hij zegt dat zijn doop zal worden vervult door iemand “van wie gij niet weer... die na mij komt.”

Johannes erkent wie hij is  en wie hij niet is. Hij erkent dat hij niet het centrum van alles is, maar dat er Iemand is die veel  groter dan hem is, die zowel de oorzaak als het doel van zijn werk is.

De woorden van Johannes worden door Jezus vervuld, als deze zich, aan het begin van zijn werk, laat zien als degene die de Geest heeft (Mt. 3:13-17, Mc. 1.9-11, Lc. 3:21-22, Jo. 1:29-34), en die het goede nieuws aan de armen doorgeeft, de gevangen vrijlating geeft, en de gerechtigheid op doet komen (Js. 61, Lc. 4). Hij is degene die ons, als gevangenen doet wederkeren en onze mond vervult met lachen (Psalm 126). Zijn Geest geeft ons vreugde, maakt ons bidden, geeft ons liefde in dankbaarheid (1 Ts. 5). 

De Advent is de tijd om te erkennen wie Jezus is. De tijd om te erkennen dat Hij de Messias, de Koning, de Heer, het Centrum, Alles is in de schepping en in de verlossing.  De tijd om onze identiteit te erkennen, te zien dat we niet het centrum van de wereld zijn, en niet mogen zijn ook.  De tijd om te erkennen dat als het niet van Hem, door Hem en voor Hem is, het niets waard is. De tijd om uit te rusten in het feit dat hij de geliefde Zoon is, en dat we alleen in Hem onze werkelijke identiteit, roeping en hoop hebben. Hij is de Bron waar we uit komen, de Rivier waarin we stromen, en de Zee waarin we uiteindelijk aankomen!

4 dec 2011

De Tweede Advent Zondag – De boodschap van Johannes de Doper


“Voor de koorleider. Van de Korachieten, een psalm.  U bent uw land genadig geweest, HEER, u keerde het lot van Jakob ten goede” Psalm 85:1-2
“Toon ons uw trouw, HEER, en geef ons uw hulp. Ik wil horen wat God ons zegt. De HEER spreekt woorden van vrede tegen zijn volk, zijn getrouwen. Laten zij niet weer vervallen in dwaasheid! Voor wie hem eren is zijn hulp nabij: zijn glorie komt wonen in ons land, trouw en waarheid omhelzen elkaar, recht en vrede begroeten elkaar met een kus, uit de aarde bloeit de waarheid op, het recht ziet uit de hemel toe. De HEER geeft al het goede: ons land zal vruchten geven. Het recht gaat voor God uit en baant voor hem de weg.” Psalm 85:8-15

“Troost, troost mijn volk, zegt jullie God.  Spreek Jeruzalem moed in, maak haar bekend dat haar slavendienst voorbij is, dat haar schuld is voldaan, omdat zij een dubbele straf voor haar zonden uit de hand van de HEER heeft ontvangen. Hoor, een stem roept: ‘Baan voor de HEER een weg door de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God. Laat elke vallei verhoogd worden en elke berg en heuvel verlaagd, laat ruig land vlak worden en rotsige hellingen rustige dalen. De luister van de HEER zal zich openbaren voor het oog van al wat leeft. De HEER heeft gesproken!’ Hoor, een stem zegt: ‘Roep!’ En een stem antwoordt: ‘Wat zou ik roepen? De mens is als gras, hij bloeit als een veldbloem. Het gras verdort en de bloem verwelkt wanneer de adem van de HEER erover blaast. Ja, als gras is dit volk.’ Het gras verdort en de bloem verwelkt, maar het woord van onze God houdt altijd stand.” Isaías 40:1-8

“Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God. Het staat geschreven bij de profeet Jesaja: ‘Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal een weg voor je banen. Luid klinkt een stem in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden!”’ Dit gebeurde toen Johannes de Doper naar de woestijn ging en de mensen opriep zich te laten dopen en tot inkeer te komen, om zo vergeving van zonden te verkrijgen. Alle inwoners van Judea en Jeruzalem stroomden toe en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden. Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij leefde van sprinkhanen en wilde honing. Hij verkondigde: ‘Na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om me voor hem te bukken en de riemen van zijn sandalen los te maken. Ik heb jullie gedoopt met water, maar hij zal jullie dopen met de heilige Geest.’” Marcus 1:1-8
De teksten die in vele kerken gelezen worden vandaag gaan vooral over Johannes de Doper, die de weg zou banen.

De tekst van Marcus beschrijft de taak van Johannes (v. 2-3), zijn prediking (v. 4), de reactie van hen die luisterden (v. 5), zijn levensstijl (v.6) en zijn getuigenis over Jezus (v. 7-8).  

Wat was de taak van Johannes? Volgens de tekst, de bode te zijn die de weg voor de Messias, Zoon van God, zou  banen. Daarvoor gebruikt Marcus een citaat van Jesaja 40, met gedeeltes uit Exodus (23.20) en Maleachi (3.1). De citaten van zowel de Tora als de Profeten geven de lezer een duidelijk idee dat Johannes de bode is, waarvan al lang gesproken werd, en die de boodschap zou brengen, en het volk zou voorbereiden, voor de definitieve interventie van God in de geschiedenis.

In de woestijn: Johannes preekte in de woestijn om een duidelijk verschil te laten zien tussen hem en de corrupte geestelijke leiders in Jeruzalem, en om Israel zich de Exodus (ook in Jr. 2) en de terugkomst van de ballingschap (Js. 40.1) te herinneren.  

Mantel van kamelenhaar: De kleding en het voedsel van Johannes identificeren hem met de profeten in het oude testament (2 Ko. 1.8; Za. 13.4)

In Lucas kunnen we enkele interessante punten van het profetische ministerie van Johannes zien:

1-      Lucas 3:7-9 – Johannes spreekt over het oordeel van God en de bekering
2-      Lucas 3:11 – De profeet spreekt over de inkomensverdeling
3-      Lucas 3:12-13 – Ook hier lijkt het of Johannes de moderne teksten over economie gelezen heeft, want ook hier gaat het over corruptie, en het schandaal van de armoede en de rijkdom van sommige…
4-      Lucas 3:14 – Hier spreekt de profeet tegen het misbruik van het gezag en mishandeling.
5-      Lucas 3:15-17 - En ook spreekt Johannes over de komst van Jezus als degene die de Heilige Geest zal schenken.

Dit zijn de 5 thema’s van Johannes’ boodschap.

Vandaag wachten wij, als Kerk van Christus, op de dag dat de Heer komen zal. Zowel in de zin dat het advent is en we het kerstfeest afwachten, en we ons zullen herinneren dat de Here Jezus gekomen is, en hier op aarde gewandeld heeft, maar ook in de zin dat we de tweede komst van de Heer afwachten.

Zouden we, als Kerk, niet iets kunnen (moeten) leren van de boodschap van Johannes?  Zou de inkomstenverdeling vandaag beter zijn dan toen? Zou er vandaag minder corruptie en armoede zijn dan toen? Zou er vandaag minder mishandeling en misbruik van de gezaghebbende zijn? Zou de boodschap van de komst van Jezus vandaag minder nodig zijn?

Ik hoop  dat we, deze week, stil mogen staan bij Johannes de Doper, en zijn zeer actuele boodschap in de woestijn


3 dec 2011

De kaarsen van het Advent


Al jaren zijn we er aan gewent dat er, elk jaar tijdens het advent, kaarsen aangestoken worden in de kerk. Elke zondag een kaars meer. Het idee is elke zondag een beetje meer licht te hebben, totdat het Licht der wereld komen zal:


“Sta op, mijn volk! Laat uw licht schijnen, zodat alle volken het zien! Want de glorie van de HERE stroomt over u heen. Een duisternis, zwart als de nacht, zal alle volken van de aarde omhullen, maar de glorie van de HERE zal van u afstralen. Alle volken zullen op uw licht afkomen; machtige koningen zullen komen om te zien hoe de glorie van de HERE op u rust. Sla uw ogen omhoog en kijk! Want uw zonen en dochters komen vanuit verre landen terug naar huis. Uw ogen zullen glinsteren van vreugde, uw hart zal trillen van blijdschap, want kooplui uit de hele wereld zullen naar u toestromen en u de rijkdommen van vele landen brengen.” (Jesaja 60:1-5)


“Jezus dan sprak wederom to henlieden, zeggende: Ik ben het Licht der wereld; die Mij volgt, zal in duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben.” (Johannes 8:12)


Dit is echter geen oude traditie. De eerste adventskrans werd uitgevonden door de Lutherse theoloog Johann Hinrich Wichern (1808–1881) in Hamburg, Duitsland. Hij ving veel kinderen op die uit armoedige gezinnen afkomstig of dakloos waren. Als de dagen kortten vroegen de kinderen vaak wanneer het eindelijk kerst was. In 1839 besloot hij uit een houten wiel een krans te maken met vier grote en 19 kleine kaarsen. Voor elke adventszondag werd een grote kaars aangestoken en voor elke andere dag een kleine. Sinds 1860 wordt de adventskrans met dennengroen versierd.

Jammer genoeg weten we vaak niet waar deze mooie traditie vandaan komt, en doen we er bitter weinig mee. Laten we ook in onze tijden de hoop van het Advent laten zien!  














28 nov 2011

Advent van Hoop - de eerste zondag


Waiting for the one

The day that never comes

When you stand up and feel the warmth
But the sunshine never comes.
No, the sunshine never comes.

Wachten op die ene
Dag die nooit komt
Als je op sta en je de warmte voelt
Maar het zonlicht komt nooit
Nee,het zonlicht komt nooit


Onze wereld leeft in wanhoop. Zoals het refrein van het lied van Metallica zegt: “Wachten op die ene dag die nooit komt”. Onze wereld wacht op iets, maar weet niet wat, dat nooit komt.  

Maar afgelopen zondag zijn wij, als christenen, ook begonnen met een periode van afwachten. Deze periode heet het Advent (vanuit het latijn:  adventus=komst, er aan komen en advenire= naartoe komen). Tijdens deze weken wachten we, als Kerk van Christus, en bereiden we ons voor op de Kerstdag, als we ons herinneren dat Christus gekomen is, en bij ons geleefd heeft.   

Ook denken we er aan dat er een dag zal zijn dat Hij weder zal komen, in glorie. Daarom zijn de Bijbelteksten die we tijdens deze periode lezen en bestuderen dan ook profetische teksten, die wijzen op de eerste en tweede komst van de Heere Jezus. Dit is goed te zien in de teksten die wereldwijd vele kerken afgelopen zondag gelezen hebben:

Jesaja 64:1-9 – “Och, dat Gij de hemel scheurdet, dat Gij nederdaaldet, dat voor uw aangezicht de bergen wankelden, zoals vuur rijshout in vlam zet, zoals vuur water doet overkoken – om uw tegenstanders uw naam te doen kennen, zodat de volken voor uw aangezicht sidderen, daar Gij geduchte daden verricht, die wij niet verwachtten; dat Gij nederdaaldet, zodat de bergen voor uw aangezicht wankelden! Ja, van oudsher heeft men het niet gehoord noch vernomen, geen oog heeft gezien een God buiten U, die optreedt ten behoeve van wie op Hem wacht. Gij komt hem tegemoet, die met vreugde gerechtigheid doet, hun die op uw wegen aan U denken. Zie, Gij zijt toornig geweest, omdat wij zondigden; in die toestand verkeerden wij lange tijd, en zouden wij dan verlost worden? Wij zijn allen geworden als een onreine, al onze gerechtigheden als een bezoedeld kleed; wij vielen allen af als het loof en onze ongerechtigheden voerden ons weg als de wind. Er was niemand die uw naam aanriep, die zich beijverde om aan U vast te houden. Want Gij hebt uw aangezicht voor ons verborgen en ons aan de macht onzer ongerechtigheden prijsgegeven. Maar nu, HERE, Gij zijt onze Vader; wij zijn het leem, Gij zijt onze Formeerder en wij allen zijn het werk van uw hand. O HERE, wees niet bovenmate toornig en gedenk niet altoos de ongerechtigheid. Zie, aanschouw toch: wij allen zijn uw volk.”

Psalm 80:1-7 – “Herder Israëls, neem ter ore! Gij, die Jozef leidt als schapen, Gij, die op de cherubs troont, verschijn in lichtglans. Wek uw sterkte op vóór Efraïm, Benjamin en Manasse; en kom tot onze verlossing. O God, herstel ons, doe uw aanschijn lichten, opdat wij verlost worden. HERE, God der heerscharen, hoelang brandt (uw toorn) tegen het gebed van uw volk? Gij hebt hen tranenbrood doen eten, hen tranen doen drinken in overvloed. Gij hebt ons tot een twistappel voor onze naburen gesteld, en onze vijanden bespotten ons.”

Markus 13:24-37 -  “Maar in die dagen, na de verdrukking, zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven. En de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen op de wolken, met grote macht en heerlijkheid. En dan zal Hij zijn engelen uitzenden en zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het uiterste der aarde tot het uiterste des hemels. Leert dan van de vijgeboom deze les: Wanneer zijn hout reeds week wordt en de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan, dat de zomer nabij is. Zo moet gij ook, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het nabij is, voor de deur. Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan. Maar van die dag of van die ure weet niemand, ook de engelen in de hemel niet, ook de Zoon niet, alleen de Vader. Ziet toe, blijft waakzaam. Want gij weet niet, wanneer het de tijd is. Gelijk een mens, die buitenslands ging, zijn huis overliet en aan zijn slaven volmacht gaf, aan ieder zijn werk, en de deurwachter opdroeg te waken. Waakt dan, want gij weet niet, wanneer de heer des huizes komen zal, laat in de avond of te middernacht, bij het hanegekraai of des morgens vroeg, opdat hij niet, als hij plotseling komt, u slapende vinde. Wat Ik u zeg, zeg Ik allen: Waakt!”

Onze boodschap, in deze wanhopige wereld, moet dan ook een boodschap van hoop zijn. Ten eerste, omdat we weten dat die dag al gekomen is: “Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid.” Johannes 1:14
Ten tweede omdat we weten dat die dag zal komen: “En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen op de wolken, met grote macht en heerlijkheid. En dan zal Hij zijn engelen uitzenden en zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het uiterste der aarde tot het uiterste des hemels”. Marcus 13:26-27


Tijdens de adventweken zal ik proberen het hier regelmatig over te hebben, want we wachten op die dag, de dag die gekomen is en de dag die komen zal.   

25 dec 2010

Ere zij God - Deel 3





En dan uiteindelijk deel 3 van het "Ere zij God", als u de eerste twee posts nog niet gelezen hebt, lees die dan ook: Hier


“In de mensen een welbehagen”

Dat is weer eens van die echte bijbeltaal... De soort verzen waar we, met de moderne Nederlandse taal (ABN, zoals Kelly’s ex-nederlands leraar altijd zei...), weinig mee kunnen, omdat we gewoonweg niet begrijpen wat er nou staat. In de NBG (1951) staat: “Bij mensen des welbehagens”. De Nieuwe Bijbel Vertaling zegt: “voor alle mensen die hij liefheeft.”

Geen van deze vertaling geeft echter precies door wat het griekse woord “eudokia” betekent. Het betekent iets als “genoegen, plezier, voldoening, satisfactie, bestemming (hebben, voor iemand hebben), tederheid”. De engelse KJV versie vertaald het dan ook als “good pleasure (will)”

Het woord “eudokia”, en variaties ervan, komt 9 maal voor in de Bijbel, enkele voorbeelden zijn:

“Want het is God die zowel het willen als het handelen bij u teweegbrengt, omdat het Hem behaagt (eudokia)”. Filipenzen 2:13

“En Hij heeft ons naar zijn wil en verlangen (eudokia) voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden.” Efeziers 1:5

“Op dat moment begon hij vervuld van de Heilige Geest te juichen en zei: Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U gewilt (eudokia)” Lucas 10: 21

Een van de meest gestelde vragen, gedurende onze presentaties in Nederland, is altijd: “Maar denken jullie niet dat het onmogelijk is? Iets te veranderen in een zo grote wijk? Iets te doen aan de problemen van de wijk, van de stad, van het land, van de wereld?”

En dan is dit vers eigenlijk een erg goed antwoord. Ja, we geloven in “vrede op aarde”, de vrede, de “shalom” van God. Maar we geloven er alleen in door dit tweede gedeelte van het vers: “in de mensen een welbehagen.”

Want het betekent dat het Gods wil, Gods verlangen, Gods voldoening en Gods bestemming voor ons allen is. Menselijk gezien is het onmogelijk om aan verandering te denken in een wijk als die van ons. Menselijk gezien is het onmogelijk te denken aan herstel in de vernietigde levens waar we mee werken. Menselijk gezien is het onmogelijk te kijken naar de situatie van de drugshandel en te geloven dat het zal veranderen. Terwijl ik dit zit te schrijven komt Kelly binnen en verteld me een verschrikkelijk verhaal over een familie waar ze op visite is geweest. En ze zegt: “Het enige dat me overeind houd gedurende dit soort visites, is te weten dat God Heerst boven alles...”

Ja, menselijk gezien is het onmogelijk ja, maar we bekijken het niet menselijk, we denken niet menselijk en we geloven niet menselijk in de verandering van deze wijk, van de realiteit. We geloven erin omdat de engelen zongen dat het Zijn wil is, dat het Zijn verlangen is! Hij doet het werk! Hij verandert levens, families, straten, wijken, steden, ja zelfs landen. Het is om Hem, door Hem en voor Hem! En wat kunnen we dan anders dan weer uit te juichen: “Ere zij God!” ?

Dit schrijvend begrijp ik een beetje beter waarom, zo vaak in het nieuwe testament, de schrijver in eens uitbreekt in een loflied voor de Heer (bijv. Rm. 11:33-36; Ef. 1:3-13; Fl. 2:6-11;Kol. 1:13-20). Omdat hij zich dan ineens weer beseft hoe groot en machtig, hoe wijs en krachtig, hoe liefdevol en waarachtig God is. En dan kunnen we gewoon niet anders dan met de engelen meezingen, want dit alles is behaald door het kleine Kindje, geboren in de kribbe, aan het kruis van Golgotha. Het “Ere zij God” is eigenlijk een zichzelf herhalend lied. Het begint met God de eer geven boven alles, daardoor willen we werken aan de “vrede op aarde”, maar dat is onmogelijk voor ons zelf en alleen door Hem kunnen we wat betekenen in de wereld. En als we dat eenmaal doorhebben breken we uit in lofgezang: “Ere zij God, voor alles, in alles, door alles, want Hij brengt vrede (shalom) op aarde, het is Zijn wil!”

Wat een wonder om bij stil te staan gedurende deze dagen...

18 dec 2010

Ere zij God -Deel 2



Het tweede gedeelte van het "Ere zij God" (Lucas 2:14), is "Vrede op Aarde". Mocht u het eerste gedeelte nog niet gelezen hebt kunt u dat hier doen: http://tijskellybrazilie.blogspot.com/2010/12/ere-zij-god-deel-1.html

Dit liedje van Casting Crowns gaat er over, hieronder de tekst:
I heard the bells on Christmas day
Their old familiar carols play
And mild and sweet their songs repeat
Of peace on earth good will to men

And the bells are ringing
Like a choir they're singing
In my heart I hear them
Peace on earth, good will to men

And in despair I bowed my head
There is no peace on earth I said
For hate is strong and mocks the song
Of peace on earth, good will to men

But the bells are ringing
Like a choir singing
Does anybody hear them?
Peace on earth, good will to men

Then rang the bells more loud and deep
God is not dead, nor doth He sleep
The wrong shall fail, the right prevail
With peace on earth, good will to men

Then ringing singing on its way
The world revolved from night to day
A voice, a chime, a chant sublime
Of peace on earth, good will to men

And the bells they're ringing
Like a choir they're singing
And with our hearts we'll hear them
Peace on earth, good will to men

Do you hear the bells they're ringing?
The life the angels singing
Open up your heart and hear them
Peace on earth, good will to men

Peace on earth, Peace on earth Peace on earth, Good will to men

Dit deed me wel nadenken, want die engelen zongen dat nu wel zo mooi, maar er is weinig vrede op aarde. En zeker de werkelijke vrede, de "Shalom" van God lijkt ver te zoeken. Jezus kwam op aarde, leefde hier onder ons, stierf aan het kruis, stond weer op, ging weer naar de hemel, en nog steeds, 2000 jaar later, lijkt het nog ver te zoeken met die vrede.

In de wijk om ons heen zien we duidelijk hoe noodzakelijk de vrede is. Vrede is niet zo maar een mooi woord, maar het is een grote noodzaak, en wij, als christenen, hebben de taak van de Heer gekregen om te werken aan de uitbreiding van zijn Shalom, zijn vrede, hier op aarde. Voor mij was het een belangrijke ontdekking toen ik hoorde wat het woord "Shalom" eigenlijk betekent, want dat weten we vaak niet helemaal.

Ons begrip van vrede heeft vaak te maken met een witte duif, een wit vlaggetje, de Verenigde Naties met hun blauwe helmen en hun vredetroepen. Ook hier in Brazilie word gezegd dat het leger en de politie vrede hebben gebracht in de sloppenwijk in Rio de Janeiro... Maar in de Bijbel betekent het woord vrede, Shalom, veel meer.

“Shalom” betekent Volheid, compleet zijn, vrede, gezondheid, rust, veiligheid, perfectie, harmonie. Het woord komt van het woord "Shalam" dat "compleet en perfect zijn" betekent. Het woord Shalom is dus veel meer dan alleen geen oorlogen of ruzies. En dit is het Koninkrijk van God waar wij allen, als christenen, aan bouwen. Veel meer dan alleen bekering van de ziel, betekent het letterlijk om het hele mensenleven te veranderen in God.

De geboorte van Jezus, het begin als kleine Baby, laat duidelijk zien dat Jezus ons niet alleen kwam redden zodat we in de toekomst naar de hemel mogen gaan, maar dat Hij ons kwam leren leven in zijn Koninkrijk, in de volheid van Zijn Aanwezigheid, in alles wat we zijn en alles wat we doen. Dat is vrede op aarde, als we eenmaal begrijpen wat "mens zijn" inhoud, en dat Licht laten schijnen in de wereld om ons heen.