25 dec. 2011

Kerstgroet


Jesaja 9:5 en 6: "Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij rust op zijn schouders. Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst. Groot is zijn heerschappij, aan de vrede zal geen einde komen. Davids troon en rijk zijn erop gebouwd, ze staan vast, in recht en gerechtigheid, van nu tot in eeuwigheid. Daarvoor zal hij zich beijveren, de HEER van de hemelse machten." 

Prettige Kerstdagen en een Gezegend Nieuwjaar!

24 dec. 2011

Nieuwsbrief december 2011

Hallo allemaal,

Onze nieuwsbrief is alweer te downloaden via 4shared. Mocht u hem nog niet via de email ontvangen, en dat wel zou willen, neem dan contact met ons op en we sturen hem u voortaan graag toe.



http://www.4shared.com/office/p-NtLhgQ/Nieuwsbrief_december_2011.html

We wensen u prettige kerstdagen en een gezegend nieuwjaar toe!

Tijs en Kelly

18 dec. 2011

Vierde Adventzondag - Over Beloftes en Verwachting


Volgens de kerkelijke kalender, die veel kerken volgen wereldwijd, zijn dit de teksten die dit jaar tijdens het advent gelezen worden:

Toen de koning zijn intrek had genomen in het paleis en de HEER hem rust had gegeven door hem van al zijn vijanden te verlossen, zei de koning tegen de profeet Natan: ‘Kijk nu toch! Ik woon in een paleis van cederhout, terwijl de ark van God in een tent staat.’ ‘Doe wat uw hart u ingeeft,’ antwoordde Natan, ‘de HEER staat u immers terzijde.’  Maar diezelfde nacht richtte de HEER zich tot Natan:  ‘Zeg tegen mijn dienaar, tegen David: “Dit zegt de HEER: Wil jij voor mij een huis bouwen om in te wonen?  Ik heb toch nooit in een huis gewoond, vanaf de dag dat ik de Israëlieten uit Egypte heb geleid tot nu toe! Al die tijd trok ik rond in tent en tabernakel.  Overal heb ik met de Israëlieten rondgetrokken, en heb ik ooit aan een van de herders van Israël, die ik had aangesteld om mijn volk te weiden, gevraagd om voor mij een huis van cederhout te bouwen?”  Welnu, zeg tegen mijn dienaar, tegen David: “Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ik heb je achter de kudde vandaan gehaald om mijn volk Israël te leiden.  Ik heb je bijgestaan in alles wat je ondernam, ik heb al je vijanden voor je uitgeschakeld en ik heb je naam gevestigd als een van de groten der aarde.  Ik heb aan mijn volk Israël een gebied toegewezen. Daar heb ik het geplant en daar kan het nu onbevreesd wonen. Het wordt niet langer door misdadige volken onderdrukt, zoals toen het er pas woonde  en ik rechters over mijn volk Israël had aangesteld. Jou heb ik rust gegeven door je van je vijanden te verlossen. De HEER zegt je dat hij voor jou een huis zal bouwen.” (2 Samuel 7:1-11)

Jou stel ik in het vooruitzicht dat je koningshuis eeuwig zal voortbestaan en je troon nooit zal wankelen.” (2 Samuel 7:16)

In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria. Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’  Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had.  Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken.  Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen.  Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God.  Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap,  want voor God is niets onmogelijk.’ Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Daarna liet de engel haar weer alleen.” (Lucas 1:26-38)

Maria zei: ‘Mijn ziel prijst en looft de Heer, mijn hart juicht om God, mijn redder: hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares. Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen, ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan,  heilig is zijn naam. Barmhartig is hij, van geslacht op geslacht, voor al wie hem vereert.  Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm
en drijft uiteen wie zich verheven wanen, heersers stoot hij van hun troon en wie gering is geeft hij aanzien. Wie honger heeft overlaadt hij met gaven,  maar rijken stuurt hij weg met lege handen.  Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar, zoals hij aan onze voorouders heeft beloofd:  hij herinnert zich zijn barmhartigheid  jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.’” (Lucas 1:46-55)

Een kunstig lied van de Ezrachiet Etan. Van uw liefde, HEER, wil ik eeuwig zingen, van uw trouw getuigen, geslacht na geslacht. Ik belijd: uw liefde houdt eeuwig stand, uw trouw hebt u in de hemel gevestigd. ‘Ik heb met mijn uitverkorene een verbond gesloten, aan mijn dienaar David gezworen: Uw dynastie zal ik voor eeuwig vestigen, uw troon in stand houden, geslacht na geslacht.’”(Psalm 89:1-4)
Aan de HEER danken wij ons schild, aan de Heilige van Israël onze koning. Ooit hebt u in een visioen gesproken tot uw getrouwen en gezegd: ‘Ik heb hulp geboden aan een held, een jongen uit het volk verheven. In David vond ik een dienaar, ik zalfde hem met heilige olie. Mijn hand geeft hem steun,  mijn arm maakt hem sterk, geen vijand zal hem overvleugelen,  geen boosdoener hem bedwingen,  zijn belagers zal ik voor zijn ogen verslaan,  zijn haters vermorzelen. Mijn trouw en mijn liefde vergezellen hem, door mijn naam zal hij in aanzien stijgen.   Zijn linkerhand leg ik op de zee, zijn rechterhand op de rivier.” (Psalm 89:19-26)

Aan hem die bij machte is u kracht te geven, overeenkomstig het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig, overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is, maar dat nu is geopenbaard en op bevel van de eeuwige God door de geschriften van de profeten bij alle volken bekend is geworden om ze tot gehoorzaamheid en geloof te brengen – aan hem, de enige, alwijze God, komt de eer toe, door Jezus Christus, tot in eeuwigheid. Amen” (Romeinen 16:25-27)

We zijn bij de laatste advent zondag aangekomen, de vierde zondag, van de tijd van afwachten, en, in dubbele zin zelfs, verwachting. Maar waar wachten we nu eigenlijk op? “De onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is,” zoals de tekst in Romeinen het zegt. Het is erg jammer dat Kerstmis steeds meer een “Kermis”  wordt, met Kerstmannen, rendieren en cadeautjes. Het is een Coca Cola dag, een dag voor consumptie…  We zien het wonder niet meer in de zwangerschap van Maria (velen vragen zich zelfs af of het wel echt maagdelijk was…), we verbazen ons niet meer dat er geen ruimte voor hen was in de herberg, of de geboorte van de Baby in een stal, liggend in de kribbe. Daar kennen we het verhaal te goed voor. We hebben liever een boom, versieringen, een mooi cadeau…

Niets tegen hoor, daar niet van. Er is niets fouts in de boom of cadeautjes (ja, ik heb de verhalen ook al tientallen keren gehoord over de zogenaamde heidense oorsprong ervan, maar ik heb hier de ruimte niet om daar allemaal op in te gaan, ik heb er zelfs in elk geval niets tegen.)  Maar we mogen nooit vergeten dat dit niet centraal staat bij kerstmis. We hebben het de laatste weken over Johannes de Doper gehad, al probeerde hijzelf zoveel mogelijk uit beeld te blijven. Ja, want Johannes begreep wie er centraal moest staan. Johannes herinnert ons er steeds weer aan. Nee, ik niet, niet mijn doop, maar Hij, en Zijn doop! Johannes spreekt telkens van Diegene waarvan hij de sandalen nog niet los zou mogen knopen (Jo. 1:26-27), en van Zijn doop.  

En dat is het geheim dat we tijdens de Advent afwachten. Het komen van Hem, van wie een grote profeet als Johannes de Doper niet waardig is de sandalen te ontknopen. En gedurende deze vierde zondag lezen we over  hoe Zijn moeder wonderlijk zwanger raakt. De Zoon des mensen, de Zoon van David (Rm. 1:3), de Zoon van God.

Het is interessant te lezen dat dit al aan het begin van Maria`s verhaal met de engel gezegd wordt, dat Hij de Beloofde Zoon van David is. De David waar een paar van de andere verzen die we gelezen hebben ook over gaan. David, de grote koning van Israel, hij die zelfs een man volgens Gods hart genoemd wordt. Maar wat zeggen deze verzen? God herinnert David aan de waarheid:  “Ik heb je achter de kudde vandaan gehaald om mijn volk Israël te leiden. Ik heb je bijgestaan in alles wat je ondernam, ik heb al je vijanden voor je uitgeschakeld en ik heb je naam gevestigd als een van de groten der aarde.” Ja, David was een grote koning, maar een koning die niets gedaan zou hebben zonder de macht van God. Hij is een mens, en al zijn succes heeft maar één Reden, maar één Oorzaak: God. David was een zondig mens. Hij heeft bijvoorbeeld Psalm 51 geschreven, die in het latijn de miserere genoemd wordt, en waar David toegeeft dat hij een zondaar is, en altijd al is geweest.  

Maar ook hebben we van Gods belofte aan die zelfde David gelezen: “Jou stel ik in het vooruitzicht dat je koningshuis eeuwig zal voortbestaan en je troon nooit zal wankelen.” De Heer belooft dat de troon en het koninkrijk voor eeuwig zullen bestaan. Waarom? Omdat David nou zo goed en heilig is? Nee! Alleen door Gods genade.  

Al neemt Hij het idee van David, om een tempel te bouwen, niet aan, toch belooft God aan David een eeuwig koningshuis. De vervulling van dit Woord van God, met basis op de belofte van God aan de aartsvaders, wordt waar in Jezus Christus, de grootste Nakomeling van David. Al kort na David begint men deze belofte als messiaans te zien (Is. 9:7; Jr. 33;14-26; Mi. 5:1-5). En zelfs al is Israel en het huis van David ontrouw aan de Heer, toch faalt het Woord van de Heer niet. Dat wordt herdacht in Psalm 89, als de psalmschrijver zegt: “Ik heb met mijn uitverkorene een verbond gesloten, aan mijn dienaar David gezworen: Uw dynastie zal ik voor eeuwig vestigen, uw troon in stand houden, geslacht na geslacht.

En kijk nu naar hoe de engel Maria benadert: “Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.” En even later hetzelfde idee: “Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken”.Door genade (en dus niet om iets  in Maria zelf, zoals de katholieken zeggen) wordt Maria uitgekozen om moeder te zijn van Jezus. Ze is begenadigd, ze ontvangt een gunst van God, Hij heeft haar uitverkoren in Zijn plan.
God heeft steeds meer van Zichzelf laten zien tijdens het Oude Testament. Dat is heel duidelijk in de verbonden van God met zijn volk. Tot het op dit punt uitkomt op het moment dat God zelf op aarde komt, de Koning is aangekomen, op een ongelofelijke, verassende manier.  

Niet voor niets begint Maria, als ze begrijpt om Wie het hier gaat, spontaan een loflied te zingen, wat later bekent zou worden als het Magnificat, wat het eerste woord van het lied in het Latijn is. Het gezang lijkt erg op het lied van Hanna, in 1 Samuel 2:1-10. Aan het eind van het lied komt ze uit op het feit dat de geboorte van deze Zoon de vervulling van het verbond van God met Abraham is. Paulus herhaalt dit later in zijn brief aan de Galaten: “Nu werden aan Abraham de beloften gedaan en aan zijn zaad. Hij zegt niet: en aan zijn zaden, in het meervoud, maar in het enkelvoud: en aan uw zaad, dat wil zeggen: aan Christus.”  

Laten we het ware centrum van het Woord van God herinneren: Christus, waar we de geboorte van volgende week zondag zullen overdenken. Tot dan wachten we af!

12 dec. 2011

Derde Advent Zondag - De Identiteit van Jezus, Johannes en die van ons


We zijn al bij de derde advent zondag, en voor deze zondag stonden er enkele interessante teksten op de kalender:

 “De Geest des Heren HEREN is op mij, omdat de HERE mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis;

om uit te roepen een jaar van het welbehagen des HEREN en een dag der wrake van onze God; om alle treurenden te troosten,

om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest. En men zal hen noemen: Terebinten der gerechtigheid, een planting des HEREN, tot zijn verheerlijking.

Zij zullen de overoude puinhopen herbouwen, het verwoeste uit vroeger tijd doen herrijzen en de steden vernieuwen, die in puin liggen, die verwoest hebben gelegen van geslacht op geslacht.” (Jesaja 61:1-4)

Want Ik, de HERE, heb het recht lief. Ik haat onrechtmatige roof, Ik zal hun stipt hun loon geven en een eeuwig verbond met hen sluiten.

En hun nageslacht zal onder de volken vermaard zijn en hun nakomelingschap te midden der natiën; allen die hen zien, zullen erkennen, dat zij het nageslacht zijn, dat de HERE gezegend heeft.

Ik verblijd mij zeer in de HERE, mijn ziel juicht in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, met de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omhuld, gelijk een bruidegom, die zich als een priester het hoofdsieraad ombindt, en gelijk een bruid, die zich met haar versierselen tooit.

Want zoals de aarde haar gewas voortbrengt en een hof zijn zaaisel doet uitspruiten, zo zal de Here HERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor het oog van alle volken.” (Jesaja 61:8-11)  

Toen de HERE de gevangenen van Sion deed wederkeren,
waren wij als degenen die dromen.
Toen werd onze mond vervuld met lachen,
onze tong met gejuich.
Toen zeide men onder de heidenen:
De HERE heeft grote dingen bij hen gedaan!
De HERE heeft grote dingen bij ons gedaan,
wij waren verheugd.
HERE, wend ons lot
als beken in het Zuiderland.
Wie met tranen zaaien,
zullen met gejuich maaien.
Hij gaat al wenende voort,
die de zaadbuidel draagt;
voorzeker zal hij komen met gejuich,
dragende zijn schoven. (Psalm 126)  

Verblijdt u te allen tijde, bidt zonder ophouden, dankt onder alles, want dat is de wil Gods in Christus Jezus ten opzichte van u. Dooft de Geest niet uit, veracht de profetieën niet, maar toetst alles en behoudt het goede. Onthoudt u van alle soort van kwaad. En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn. Die u roept, is getrouw; Hij zal het ook doen.”  (1 Tessalonicenzen 5:16-24)

Er trad een mens op, van God gezonden, wiens naam was Johannes; deze kwam als getuige om van het licht te getuigen, opdat allen door hem geloven zouden. Hij was het licht niet, maar was om te getuigen van het licht.” (Johannes 1:6-8)

En dit was het getuigenis van Johannes, toen de Joden uit Jeruzalem priesters en Levieten tot hem zonden om hem te vragen: Wie zijt gij? En hij beleed en ontkende het niet; en hij beleed: Ik ben de Christus niet. En zij vroegen hem: Wat dan? Zijt gij Elia? En hij zeide: Ik ben het niet. Zijt gij de profeet? En hij antwoordde: Neen. Zij zeiden dan tot hem: Wie zijt gij? Wij moeten toch antwoord geven aan hen, die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelf? Hij zeide: Ik ben de stem van een die roept in de woestijn: Maakt recht de weg des Heren, gelijk de profeet Jesaja gesproken heeft. En er waren sommigen afgezonden uit de Farizeeën. En zij vroegen hem en zeiden tot hem: Waarom doopt gij dan, indien gij de Christus niet zijt, noch Elia, noch de profeet? Johannes antwoordde hun en zeide: Ik doop met water; midden onder u staat Hij, van wie gij niet weet, Hij, die na mij komt, wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken. Dit geschiedde te Betanië over de Jordaan, waar Johannes doopte.” (Johannes 1:19-28)

Johannes en Jezus, dankzij hun boodschap die zich schokte met de traditionele religie van de Israëlieten, moesten beiden de vraag horen van de religieuze autoriteiten en ook van het volk: “Wie bent u?” (Johannes 1:19), “Wie is deze man?” (Mat. 21.10).

Het is interessant hoe de introductie van het evangelie van Mattheus over de identiteit van deze twee mannen gaat. Al gaat het vooral over de vleeswording van het Woord, spreekt de tekst al gauw over Johannes de Doper en zijn missie: Johannes is “van God gezonden” en is gekomen “als getuige om te getuigen van het licht.” (Joh. 1:6-8).

Aangetrokken door zijn boodschap, kwamen er vele mensen naar Johannes luisteren, uit Judea, maar ook uit Jeruzalem en zelfs uit andere landen. De religieuze leiders in Jeruzalem hoorden hiervan en waren bezorgd, want de gelovigen gingen nu allemaal achter Johannes aan, wat niet goed was voor de reputatie en voorrechten van deze mannen, Dus stuurden ze mannen om polshoogte te nemen, om Johannes uit te vragen. Later zouden ze hetzelfde met  Heer Jezus doen. (Mc. 7.1).
      
Als antwoord aan degene die hem uit vraagde, weigert Johannes zichzelf een messiaans karakter te geven, maar identificeert zich als degene die Hem voor zou gaan, als Jesaja gezegt had (Js. 40.3). Hij zegt dat zijn doop zal worden vervult door iemand “van wie gij niet weer... die na mij komt.”

Johannes erkent wie hij is  en wie hij niet is. Hij erkent dat hij niet het centrum van alles is, maar dat er Iemand is die veel  groter dan hem is, die zowel de oorzaak als het doel van zijn werk is.

De woorden van Johannes worden door Jezus vervuld, als deze zich, aan het begin van zijn werk, laat zien als degene die de Geest heeft (Mt. 3:13-17, Mc. 1.9-11, Lc. 3:21-22, Jo. 1:29-34), en die het goede nieuws aan de armen doorgeeft, de gevangen vrijlating geeft, en de gerechtigheid op doet komen (Js. 61, Lc. 4). Hij is degene die ons, als gevangenen doet wederkeren en onze mond vervult met lachen (Psalm 126). Zijn Geest geeft ons vreugde, maakt ons bidden, geeft ons liefde in dankbaarheid (1 Ts. 5). 

De Advent is de tijd om te erkennen wie Jezus is. De tijd om te erkennen dat Hij de Messias, de Koning, de Heer, het Centrum, Alles is in de schepping en in de verlossing.  De tijd om onze identiteit te erkennen, te zien dat we niet het centrum van de wereld zijn, en niet mogen zijn ook.  De tijd om te erkennen dat als het niet van Hem, door Hem en voor Hem is, het niets waard is. De tijd om uit te rusten in het feit dat hij de geliefde Zoon is, en dat we alleen in Hem onze werkelijke identiteit, roeping en hoop hebben. Hij is de Bron waar we uit komen, de Rivier waarin we stromen, en de Zee waarin we uiteindelijk aankomen!

6 dec. 2011

De keeper - van een zandveld op Luzeiro naar de velden van de braziliaanse Eredivisie!

video

Hallo allemaal,

Dit weekend hoorden we het fantastische nieuws dat Glaycon, de reserve keeper van América MG, voor het eerst een wedstrijd zou meedoen in de eredivisie van het braziliaanse voetbal. Het was al de laatste ronde van het kampioenschap, en zijn team was al gedegradeerd, maar voor het eerst zou hij een hele wedstrijd onder de lat staan.

Waarom schrijf ik hierover op het blog? Omdat Glaycon jaren geleden hier op Luzeiro begonnen is. Ik kan me nog goed herinneren dat hij hier op ons zandveldje mee voetbalde met ons.

Ja, Glaycon komt hier uit de sloppenwijk, zijn familie woont niet ver van ons vandaan. Volgens een interview dat hij een paar dagen voor de wedstrijd gegeven heeft, werkte hij hier in de sloppenwijk als bouwvakker en schoenenmaker, totdat hij door de scouts van América MG  gezien werd. Dit jaar heeft hij vanaf de bank ervaring opgedaan in de eredivisie, maar, wie weet, misschien dat hij volgend jaar al we een basisplaats kan krijgen! Hij wordt gezien als de toekomst van América, die hem dit jaar absoluut niet wilde verhuren of verkopen.  

Het resultaat voor hem, en zijn team was niet zo mooi. Ze verloren met 5x1 van Atlético Goianiense. Maar voor ons was het resultaat veel minder belangrijk dan te zien dat deze jongen zo ver gekomen is!















5 dec. 2011

De ware Sinterklaas


Vandaag viert men, in heel Nederland, het Sinterklaasfeest. Sommige christenen zijn hier op tegen omdat het oorspronkelijk een Katholiek feest is. Sinds de Reformatie is dit al een onderwerp. Zelf vind ik het echter beter een Sinterklaas feest te hebben in het begin van december dan tijdens kerst een Kerstman te hebben.
Natuurlijk weten we, als protestantse christenen, zeer goed dat er geen heiligen bestaan, en dat we, tijdens ons “aardse” leven allen zondaars zijn, en dat we maar een Advocaat hebben voor de Vader, Jezus zelf.

Maar wat we vaak vergeten is dat er wel zeker grote mannen (en vrouwen natuurlijk) geleefd hebben. En daarom is het zeker goed om ons hun leven, woorden en daden te herinneren om ons te inspireren en uit te dagen. Als protestantse christenen doen we dat, in zekere zin, al met mannen als Luther en Calvijn. Anderen herinneren zich John Wesley of nog vele anderen. Maar wat we vaak vergeten is dat er heel lang maar een christelijke kerk was, en dat daarom de grote theologen van de katholieke kerk ook van de protestanten zijn. Mannen als Augustinus, Irineus van Lyon, en vele anderen hebben vorm gegeven aan de christelijke theologie. En daarom is het, vind ik, niet verkeert ons te herinneren dat er ooit een Nicolaas bestaan heeft, en dat die een groot voorbeeld voor ons is in zijn naaste liefde.       

Maar waar komt het feest nou eigenlijk vandaan?

Nicolaas van Myra (Grieks: Ἅγιος Νικόλαος Μυριώτης, Agios Nikolaos Myriotis of ( Νικόλαος ὁ Θαυματουργός, Nikolaos o Thaumaturgos, "Nikolaas de Wonderdoener"), Nicolaas van Bari of Nicolaas van Patara (Grieks: Νικόλαος Πάταρα) (geboorte- en sterfjaar onbekend, waarschijnlijk geboren omstreeks 280 te Patara in Lycië en overleden op 6 december in 342 of 352) was in de 4e eeuw bisschop te Myra, de toenmalige hoofdplaats van Lycië in Klein-Azië. Hij werd later heilig verklaard en is de hoofdpersoon in tal van legenden, bijvoorbeeld de Legenda Aurea van de 13e-eeuwse geleerde dominicaan Jacobus de Voragine. Belangrijke elementen van het Sinterklaasfeest gaan op hem terug.

De informatie die over het leven van Sint-Nicolaas beschikbaar is, is waarschijnlijk eerst mondeling overgeleverd en in een later stadium op schrift gesteld. Ze komt uit de verschillende levensverhalen. De belangrijkste Vitae zijn de Vita per Michaelem (de best begrijpelijke) en de Vita per Metaphrasten (de oudste van de twee). In de Vita per Michaelem is de meeste informatie terug te vinden, onder meer de namen van Nicolaas' Lycische ouders zijn er vermeld; ze worden nergens anders aangetroffen.
Uit deze bron komt de informatie dat de jonge Nicolaas in 280 in Patara, niet ver van Myra, het tegenwoordige Demre, in Klein-Azië werd geboren. Volgens de Vita Compilata, een derde vita, was hij kind van welgestelde, zeer gelovige ouders.


Het was al snel duidelijk dat Nicolaas - vernoemd naar zijn oom (waar hij vaak mee verward wordt), bisschop in een naburige gemeente - zijn leven aan de dienst van God zou gaan wijden. Er werd een verband gezien met de Bijbelse figuur Samuel. Nicolaas' moeder kon net als de moeder van Samuel geen kinderen krijgen, en kreeg uiteindelijk een kind in ruil voor de belofte dat het in dienst van God zou treden. Net als Samuel was Nicolaas al op vroege leeftijd geliefd bij de bevolking. Hij begreep snel dat hij een hogere taak te vervullen had (I Samuel 3:20). Samuel was de laatste en belangrijkste der Richteren, die ook koningen zou zalven. Ook hier ligt een overeenkomst, want tijdens Nicolaas' leven zou het christendom in het Romeinse Rijk belangrijk worden.


Volgens de later heilig verklaarde Simeon de Vertaler (in de Vita per Metaphrasten), was Nicolaas een goede leerling, ging hij met regelmaat naar de kerk en was hij - waar nodig - behulpzaam. Al op een leeftijd van 19 jaar werd de jonge Nicolaas door zijn oom, de bisschop, tot priester gewijd en legde hij de kloostergeloften af. Zijn oom sprak de verwachting uit dat Nicolaas zelf óók bisschop zou worden en een leven van verlichting zou leiden. Door zijn strenge discipline inzake de vasten, zijn goede wil en zijn gebeden voor iedereen was hij een voorbeeld voor anderen.


Toen zijn oom een reis maakte naar Jeruzalem, werd de jonge Nicolaas benoemd tot gevolmachtigde in zijn klooster Nieuw Zion. Volgens de overlevering bestuurde hij het klooster zó goed dat het leek alsof de bisschop zelf aanwezig was.

Volgens een verhaal nam Nicolaas in 325 als bisschop deel aan het Concilie van Nicaea. De voornaamste aanleiding tot bijeenroepen van het concilie was de onrust ontstaan door de leer verspreid door Arius.
Hij werd begraven in Myra, waar zijn basiliek nog steeds te bezichtigen is.

De naastenliefde van Sint-Nicolaas

De Legenda Aurea vertelt het verhaal van een arme man, die drie dochters had. In die dagen werd van de vader verwacht, dat hij de toekomstige echtgenoot iets van waarde aanbood: een bruidsschat. Hoe hoger de bruidsschat, des te groter de kans dat een jonge vrouw een goede echtgenoot zou vinden. Zonder bruidsschat was het waarschijnlijk dat de vrouw nooit zou trouwen. Vanwege de armoede van de man waren zijn dochters gedoemd als slaven te worden verkocht. Echter, op drie verschillende gelegenheden verscheen een buidel met goud in het huis, die voorzien waren van een volwaardige bruidsschat. Van de geldbuidels, die door een open raam werden gegooid, wordt gezegd dat ze in de schoenen terecht kwamen die voor de haard stonden te drogen. Soms zijn de geldbuidels weergegeven dan wel geïnterpreteerd als sinaasappels of mandarijnen, hetgeen kan verklaren waarom de Sint uit Spanje komt. Dit verhaal verklaart ook het strooigoed en het zetten van de schoen. Drie zakjes met goud staan symbool voor Sint Nicolaas. Ook de munten van chocolade die vaak deel uitmaken van het strooigoed gaan op dit verhaal terug.

4 dec. 2011

De Tweede Advent Zondag – De boodschap van Johannes de Doper


Voor de koorleider. Van de Korachieten, een psalm.  U bent uw land genadig geweest, HEER, u keerde het lot van Jakob ten goede” Psalm 85:1-2
Toon ons uw trouw, HEER, en geef ons uw hulp. Ik wil horen wat God ons zegt. De HEER spreekt woorden van vrede tegen zijn volk, zijn getrouwen. Laten zij niet weer vervallen in dwaasheid! Voor wie hem eren is zijn hulp nabij: zijn glorie komt wonen in ons land, trouw en waarheid omhelzen elkaar, recht en vrede begroeten elkaar met een kus, uit de aarde bloeit de waarheid op, het recht ziet uit de hemel toe. De HEER geeft al het goede: ons land zal vruchten geven. Het recht gaat voor God uit en baant voor hem de weg.” Psalm 85:8-15

Troost, troost mijn volk, zegt jullie God.  Spreek Jeruzalem moed in, maak haar bekend dat haar slavendienst voorbij is, dat haar schuld is voldaan, omdat zij een dubbele straf voor haar zonden uit de hand van de HEER heeft ontvangen. Hoor, een stem roept: ‘Baan voor de HEER een weg door de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God. Laat elke vallei verhoogd worden en elke berg en heuvel verlaagd, laat ruig land vlak worden en rotsige hellingen rustige dalen. De luister van de HEER zal zich openbaren voor het oog van al wat leeft. De HEER heeft gesproken!’ Hoor, een stem zegt: ‘Roep!’ En een stem antwoordt: ‘Wat zou ik roepen? De mens is als gras, hij bloeit als een veldbloem. Het gras verdort en de bloem verwelkt wanneer de adem van de HEER erover blaast. Ja, als gras is dit volk.’ Het gras verdort en de bloem verwelkt, maar het woord van onze God houdt altijd stand.” Isaías 40:1-8

Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God. Het staat geschreven bij de profeet Jesaja: ‘Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal een weg voor je banen. Luid klinkt een stem in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden!”’ Dit gebeurde toen Johannes de Doper naar de woestijn ging en de mensen opriep zich te laten dopen en tot inkeer te komen, om zo vergeving van zonden te verkrijgen. Alle inwoners van Judea en Jeruzalem stroomden toe en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden. Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij leefde van sprinkhanen en wilde honing. Hij verkondigde: ‘Na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om me voor hem te bukken en de riemen van zijn sandalen los te maken. Ik heb jullie gedoopt met water, maar hij zal jullie dopen met de heilige Geest.’” Marcus 1:1-8
De teksten die in vele kerken gelezen worden vandaag gaan vooral over Johannes de Doper, die de weg zou banen.

De tekst van Marcus beschrijft de taak van Johannes (v. 2-3), zijn prediking (v. 4), de reactie van hen die luisterden (v. 5), zijn levensstijl (v.6) en zijn getuigenis over Jezus (v. 7-8).  

Wat was de taak van Johannes? Volgens de tekst, de bode te zijn die de weg voor de Messias, Zoon van God, zou  banen. Daarvoor gebruikt Marcus een citaat van Jesaja 40, met gedeeltes uit Exodus (23.20) en Maleachi (3.1). De citaten van zowel de Tora als de Profeten geven de lezer een duidelijk idee dat Johannes de bode is, waarvan al lang gesproken werd, en die de boodschap zou brengen, en het volk zou voorbereiden, voor de definitieve interventie van God in de geschiedenis.

In de woestijn: Johannes preekte in de woestijn om een duidelijk verschil te laten zien tussen hem en de corrupte geestelijke leiders in Jeruzalem, en om Israel zich de Exodus (ook in Jr. 2) en de terugkomst van de ballingschap (Js. 40.1) te herinneren.  

Mantel van kamelenhaar: De kleding en het voedsel van Johannes identificeren hem met de profeten in het oude testament (2 Ko. 1.8; Za. 13.4)

In Lucas kunnen we enkele interessante punten van het profetische ministerie van Johannes zien:

1-      Lucas 3:7-9 – Johannes spreekt over het oordeel van God en de bekering
2-      Lucas 3:11 – De profeet spreekt over de inkomensverdeling
3-      Lucas 3:12-13 – Ook hier lijkt het of Johannes de moderne teksten over economie gelezen heeft, want ook hier gaat het over corruptie, en het schandaal van de armoede en de rijkdom van sommige…
4-      Lucas 3:14 – Hier spreekt de profeet tegen het misbruik van het gezag en mishandeling.
5-      Lucas 3:15-17 - En ook spreekt Johannes over de komst van Jezus als degene die de Heilige Geest zal schenken.

Dit zijn de 5 thema’s van Johannes’ boodschap.

Vandaag wachten wij, als Kerk van Christus, op de dag dat de Heer komen zal. Zowel in de zin dat het advent is en we het kerstfeest afwachten, en we ons zullen herinneren dat de Here Jezus gekomen is, en hier op aarde gewandeld heeft, maar ook in de zin dat we de tweede komst van de Heer afwachten.

Zouden we, als Kerk, niet iets kunnen (moeten) leren van de boodschap van Johannes?  Zou de inkomstenverdeling vandaag beter zijn dan toen? Zou er vandaag minder corruptie en armoede zijn dan toen? Zou er vandaag minder mishandeling en misbruik van de gezaghebbende zijn? Zou de boodschap van de komst van Jezus vandaag minder nodig zijn?

Ik hoop  dat we, deze week, stil mogen staan bij Johannes de Doper, en zijn zeer actuele boodschap in de woestijn


3 dec. 2011

De kaarsen van het Advent


Al jaren zijn we er aan gewent dat er, elk jaar tijdens het advent, kaarsen aangestoken worden in de kerk. Elke zondag een kaars meer. Het idee is elke zondag een beetje meer licht te hebben, totdat het Licht der wereld komen zal:


Sta op, mijn volk! Laat uw licht schijnen, zodat alle volken het zien! Want de glorie van de HERE stroomt over u heen. Een duisternis, zwart als de nacht, zal alle volken van de aarde omhullen, maar de glorie van de HERE zal van u afstralen. Alle volken zullen op uw licht afkomen; machtige koningen zullen komen om te zien hoe de glorie van de HERE op u rust. Sla uw ogen omhoog en kijk! Want uw zonen en dochters komen vanuit verre landen terug naar huis. Uw ogen zullen glinsteren van vreugde, uw hart zal trillen van blijdschap, want kooplui uit de hele wereld zullen naar u toestromen en u de rijkdommen van vele landen brengen.” (Jesaja 60:1-5)


Jezus dan sprak wederom to henlieden, zeggende: Ik ben het Licht der wereld; die Mij volgt, zal in duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben.” (Johannes 8:12)


Dit is echter geen oude traditie. De eerste adventskrans werd uitgevonden door de Lutherse theoloog Johann Hinrich Wichern (1808–1881) in Hamburg, Duitsland. Hij ving veel kinderen op die uit armoedige gezinnen afkomstig of dakloos waren. Als de dagen kortten vroegen de kinderen vaak wanneer het eindelijk kerst was. In 1839 besloot hij uit een houten wiel een krans te maken met vier grote en 19 kleine kaarsen. Voor elke adventszondag werd een grote kaars aangestoken en voor elke andere dag een kleine. Sinds 1860 wordt de adventskrans met dennengroen versierd.

Jammer genoeg weten we vaak niet waar deze mooie traditie vandaan komt, en doen we er bitter weinig mee. Laten we ook in onze tijden de hoop van het Advent laten zien!